Start Nieuws Jouw zelfbeeld Gedachtegoed Forum Links Contact Inhoud site

 

Gevonden door Martie op: Medisch contact, artsennet (daar kun je het volledige verslag lezen, hier volgt gedeeltes uit dit verslag).

Eindelijk eens een positief bericht uit de medische wereld!

Overgewichtbeleid is onaanvaardbaar

 

Overheid overschrijdt praktische en ethische grenzen van medische interventie

Mensen met een uitzonderlijk hoog BMI lopen een groter risico op overlijden. Recent onderzoek toont echter aan dat het overlijdensrisico bij een normaal gewicht groter is dan bij overgewicht. Het is onaanvaardbaar om een hele bevolking bang te maken voor overgewicht.


Beeld: Ingram


Het is van wezenlijk belang om onderscheid te maken tussen preventie en voorzorg. Daarbij gaat het om de mate waarin we over betrouwbare kennis beschikken en een adequate afweging van kosten en baten kunnen maken. Het rijksvaccinatieprogramma is misschien wel de effectiefste vorm van medische preventie. Het VROM-beleid tot bestrijding van legionella is daarentegen een van de sterkste voorbeelden van medische voorzorg. Als voorkomen de vorm van voorzorg aanneemt, worden er belangrijke praktische en ethische grenzen overschreden, die mens en maatschappij ernstig schaden.

Het beleid waarmee de overheid momenteel overgewicht bestrijdt, moet vooral als indirect worden gekwalificeerd. Allerlei maatschappelijke instellingen worden geacht door middel van convenanten hun ‘verantwoordelijkheid te nemen’. Intussen spreken bewindslieden deze organisaties en soms de burger rechtstreeks aan op de ernst van de situatie.

Tijdens het Nederlands Congres Volksgezondheid op 14 april 2005 in Rotterdam stelde Hoogervorst bij monde van zijn directeur-generaal Volksgezondheid ir. J.I.M. de Goeij: Ik vind namelijk dat er niet zoiets bestaat als een recht op ongezond leven.Dat klinkt misschien niet erg liberaal, maar ik vind dat je het niet kunt máken om er maar op los te leven en als je dan vervolgens ziek wordt, te verwachten dat je ongebreideld van onze gezondheidszorg kunt gebruikmaken.

Hij schetst de volgende problematische situatie: ‘Uit onderzoeken blijkt dat ziekte in 30 tot 50 procent van de gevallen het gevolg is van een ongezonde leefstijl. Vooral overgewicht is een probleem. Inmiddels is al 40 procent van de volwassen Nederlanders te zwaar en 10 procent zelfs véél te zwaar. En ook een toenemend aantal kinderen is te dik (jongens: 13 procent, meisjes: 14 procent). Veel mensen gaan dus achteloos om met hun gezondheid. Ze roken, eten te veel en te vet, drinken te veel alcohol en bewegen te weinig. Ze investeren in van alles, maar niét in hun eigen gezondheid.’

De nadruk in de toespraak én in latere publieke uitingen over dit onderwerp ligt vrijwel geheel op overgewicht.

De Goeij stelde in de zomer van 2005: ‘De epidemie [van toenemend overgewicht] heeft het karakter van een sluipmoordenaar. Als dit zo doorgaat, komt er voor het eerst in de geschiedenis een generatie die haar eigen kinderen overleeft.

Met deze uitspraak zegt De Goeij dat er de komende dertig jaar méér mensen van 30 tot 60 jaar overlijden dan van 60 tot 90 jaar. Ook verwacht hij meer doden in de leeftijd van 0 tot 30 dan in die van 30-60. Het is onvoorstelbaar dat iemand zich serieus bedient van zo’n groteske hyperbool.

Extreme afwijkingen

Het statistisch verband tussen het gewicht van mensen en hun kans op overlijden bij extreme afwijkingen van ‘de norm’, bestaat inderdaad, zo laat epidemiologische onderzoek consis­tent zien. Gesproken wordt echter uitsluitend over de gevaren van overgewicht. Die boodschap deugt niet. Ten eerste zijn de risico’s van overgewicht (een BMI van 25 tot 30) zeer klein en inconsistent. Het laatste gezaghebbende onderzoek laat zelfs zien dat in alle gevallen de overlijdensrisico’s van overgewicht kleiner zijn dan die van een normaal gewicht. Voor mensen tussen 25 en 60 jaar die nooit hebben gerookt, geldt dat een normaal gewicht een 50 procent groter overlijdensrisico geeft dan overgewicht. Voor deze categorie geldt zelfs dat obesitas (BMI van 30 tot 35) een kleiner overlijdensrisico geeft. Alleen een BMI boven de 35 geeft consistent een groter risico op overlijden dan een ‘normaal’ gewicht.
Gezondheidsrisico’s zijn dus verbonden aan extreme afwijkingen van de norm. En dat geldt zowel naar boven als naar beneden. Over de gevaren van ondergewicht wordt echter ten onrechte geheel gezwegen in het actuele mediageweld. In combinatie met het eerste punt is deze tweede ondeugdelijkheid een uiterst bedenkelijke omissie.

Verder is er het probleem van de zeer geringe relatieve risico’s. Alleen bij een uitzonderlijk hoog BMI zien we relatieve risico’s die aan de zwakke ‘norm’ van Bradford Hill voldoen groter dan 2.

Als we zouden eisen dat beleid moet zijn gebaseerd op relatieve risico’s van groter dan drie, slaat het laatste onderzoek de bodem onder nagenoeg iedere beleidsinspanning weg. Ook los van deze zwakke epidemiologische basis kan er kritiek op het beleid worden geleverd. Algemeen wordt onderkend dat gewicht in hoge mate genetisch is bepaald. Dat overgewicht wordt afgeschilderd als een kwestie van een foute levensstijl, is in dat licht niet alleen onterecht maar ook zeer kwalijk. De consensus is dat na enkele jaren ruim 90 procent van de mensen het ‘oorspronkelijke’ gewicht terug heeft. In dit verband rijzen ten minste twee vragen: Is het niet beter om stabiel (te) zwaar te zijn dan om een voortdurend sterk schommelend gewicht te hebben? En: Hoe groot zijn de gezondheidsnadelen van de stress als gevolg van het niet (kunnen) voldoen aan de sociale, esthetische, medische en juridische ‘normen’ van een ‘normaal’ gewicht?

Eenzijdig argument

Een steeds groter deel van de bevolking wordt zwaarder en het lijkt evident dat extreme obesitas consistent een iets groter risico op overlijden geeft. Maar dat mag geen aanleiding zijn om op basis van een eenzijdig argument de hele bevolking bang te maken voor overgewicht. Zeker niet als het laatste onderzoek aangeeft dat een normaal gewicht een groter overlijdensrisico kent. Het mag al helemaal geen reden zijn voor schoolartsen om zich nogal dwingend te mengen in de opvoeding van ouders aan hun kinderen met overgewicht. De praktische en ethische bezwaren die hieraan zijn verbonden, zijn kenmerkend voor het voorzorgbeleid in het algemeen. Reden genoeg voor een kritisch debat over de vraag of voorzorgbeleid in de gezondheidszorg thuishoort.

dr. R. Pieterman, universitair hoofddocent rechtssociologie, Erasmus Universiteit, Rotterdam: Erasmus Centrum voor Recht en Samenleving
dr. J.C. Hanekamp, directeur onderzoek Heidelberg Appeal Nederland (HAN), Zoetermeer
drs. J.M. Baak MD, huisarts te Kesteren


SAMENVATTING
- De gezondheidszorg is van oudsher sterk gericht op kosteneffectieve interventies.
- Het is van belang onderscheid te maken tussen kosten­effectieve preventie en voorzorgbeleid.
- Voorzorgbeleid bestrijdt heel kleine of theoretische risico’s en heeft dus uiterst onzekere baten, maar wel zekere en vaak hoge kosten.
- Zulk beleid komen we vaak tegen in relatie tot de gezondheidsrisico’s van levensstijlen en omgevingsfactoren.
- De epidemiologie, die veelal aan dit beleid ten grondslag ligt, is een voorzorgswetenschap geworden.
- Het beleid inzake overgewicht is een goed voorbeeld van interventies uit voorzorg die praktische en ethische grenzen overschrijden.

Klik hier voor het PDF-bestand van het gehele artikel

Publicatie datum: 1-12-2005

 

 

Dit is geen commerciële site. De afbeeldingen, nieuwsberichten, gedichten, enzovoorts worden zoveel mogelijk met toestemming van de auteur geplaatst. Mocht je iets tegen komen waarvan je denkt te weten wie de eigenaar is neem dan contact op met Hilda. Na overleg zal de bron vermeld worden of wordt desbetreffende item verwijderd.